in Dille

Uit de koelkast met Hans Declercq. Over de onopgesmuktheid van het Nu, Armeens belegde bammetjes en de verwelkbaarheid van de schrijver.

6 vragen voor Hans Declercq
#de bezige bij antwerpen #schrijver

> Hans, met welk product kom jij uit de koelkast en waarom word je hier warm van?

Ik ga voor kruiden. Ik heb altijd verse kruiden in huis: dille, koriander, munt en gember.

Kun je er een kiezen?

Op dit moment is dille mijn favoriet. Maar dit kan over een half jaar zo anders zijn. Het is als met een lievelingstrui die je teveel hebt gedragen, waardoor er een soort oververzadiging ontstaat. Nu kies ik voor dille, maar eerder was dit koriander. Ik koop mijn kruiden veelal in Turkse winkels, ik houd oprecht van de ambachtelijkheid die uit dit soort zaken spreekt. Tijdens een reportage in Armenië heb ik koriander leren eten, ze smeren het daar op de kaas: wauw, een soort ervaring van totale versheid! Het is bijna volledig tegengesteld aan de manier van eten die ik mijn jeugd heb leren kennen. Toen kwamen kruiden steevast uit zakjes met poeder, en wist je vaak niet eens precies wat er in je mond lag.

Je proeft graag bewust?

Absoluut, de kennis effectief te weten wat welk kruid precies met je eten doet vind ik mooi. Dille ken ik als een viskruid, het is enorm vers en geeft een grote frisheid aan je eten. Mijn roerei eet ik ’s morgens met dille. Mijn thee maak ik van munt of gember.

> Staat dille, of kruiden in het algemeen, ook symbool voor de vlamkracht in je werk?

Bij het schrijven wil je net als in de keuken wat bewerkstelligen: een gebeuren, een evenwicht, een samenkomst. Ik vind het net zo boeiend te zien hoe literatuur evolueert, als te ervaren hoe de kunst van het koken zich ontwikkelt. Ik hou van de versheid van kruiden, en bij het schrijven is het ‘Nu’ zeer essentieel voor me. Het actuele in het schrijfproces. Als ik door een bibliotheek dwaal vraag ik me vaak af wat er nog geschreven moet worden, wat ik eigenlijk toe heb te voegen. Mijn antwoord hierop is: versheid. Mijn laatste boek Een filosofie van de fiets, speelt zich af in Londen. Dostojevski schrijft misschien supergoed, maar heeft nog nooit door het Londen van deze tijd gepedaald. Ik vind de smaak van de actualiteit erg belangrijk: een boek, een schrijver, ze mogen uiteindelijk verwelken, precies zoals een vers kruid dat doet. Ze moeten dat zelfs, verwelken is een voorwaarde.

Dat is voor een schrijver een boeiende opmerking. Veel schrijvers willen immers, bewust of onbewust, de eindigheid met hun werk overwinnen.

Misschien. In mijn werk is de eigen ervaring eigenlijk altijd het startpunt om wat te gaan vertellen. Ik schrijf dan ook in de Ik-vorm, heel dichtbij mijzelf. Als je de eeuwigheid wilt benaderen met je schrijven, ga je als vanzelf pompeusheid in je werk uitnodigen. Veel adjectieven, een plechtige, gezwollen stijl die onnatuurlijk aanvoelt. Ik schreef een tijd geleden een kort verhaal zonder adjectieven, omdat iemand me zei van mijn onopgesmukte stijl te houden. Ik begon met een aantal paragrafen, en uiteindelijk schreef ik het af zonder een enkel adjectief te gebruiken. Mensen die het lazen hadden dit niet eens echt door, ze misten de bijvoeglijk naamwoorden niet, dus blijkbaar kunnen we ook heel goed zonder. Dat zijn leuke experimenten. Ik speel net zo graag met taal als met kruiden.

> Kun je hier nog een ander, prikkelend voorbeeld van geven?

Ik ben momenteel bezig met een nieuw manuscript, waarin ik erg ver ga in deze speeldrang. Als basis voor dit manuscript gebruik ik het ritme van de chat. Mensen ervaren taal tegenwoordig volledig anders dan vroeger, en ik wil die hedendaagse taalervaring proberen te vatten in literatuur. Ik ervaar die zelf als krachtiger dan de oude volzinnen en de lange omschrijvingen.

Waar zit die kracht precies in?

Het is de kracht van de snelheid, van rap. En moderne taal wordt ook sterk doordat mensen er zoveel verschillende dingen mee doen. Een lezer maakt de taal deels zelf. Om een voorbeeld te geven: zelf heb ik een grote angst voor naalden, en toen ik mijzelf laatst toch een injectie gaf, zei ik tegen mijn vriendin: ‘Ik spring over mijn schaduw heen’. Ik vind de bondigheid van zo’n uitspraak krachtiger dan een heel lang, beschrijvend verhaal. En een uitspraak kan de ene keer veel mooier klinken dan de andere keer, net als dat hetzelfde recept nooit identiek hetzelfde resultaat geeft. Ik vind dat literatuur moet inspelen op de verandering in taal, dit kan over 50 jaar dus weer iets totaal anders zijn.

Uit de koelkast met Hans Declercq: Ik vind de smaak van de actualiteit essentieel. Een boek, een schrijver, ze mogen verwelken, precies zoals een vers kruid dat doet

> Zit er nog een andere smaakversterker in je innerlijke koelkast vast?

Wat ik eigenlijk ooit wel zou willen doen is het schrijven van Netflix series. Ik vraag me soms toch echt af of die de rol van romans niet aan het overnemen zijn. En zelfs of de roman eigenlijk al geen dode kunstvorm is. Ik vind die verandering prima, ze roept geen groot verzet in me op. Een serie als Fargo van de Coen brothers, is gewoon ongelooflijk goed, en is daarnaast erg van deze tijd. De relevantie van het boek lijkt meer en meer af te nemen. Als ik in de bus zit, zie ik heel soms nog wel eens een hand een boek vasthouden, maar het gezicht dat daarbij hoort is dan meestal oud. Als je de keuze hebt tussen een nieuwsitem streamen of een krant lezen, denk ik dat veel mensen voor de snelheid gaan. Al ben ik op de één of andere manier wel altijd blij als ik, als een soort speld in een hooiberg, een jong mens een boek zie lezen.

> Waarom zou de wereld van jou en je activiteiten moeten weten?

Ik denk dat mijn schrijfwerk voedsel geeft tot nadenken. Als je je net als ik afvraagt hoe de literatuur zich zou moeten heruitvinden, zou ik mijn boeken kunnen aanraden. Mijn werk is vrij compact, direct en snel. Geschreven vanuit het ‘Ik’, en de socioloog die ik van vorming ben blijf je altijd op de achtergrond zien. Schrijvers als Houellebecq, die heel actueel en sociologisch schrijven, beïnvloeden mij enorm. Houellebecq probeert deze tijd te vatten, en schrijft geen romans over Rome, of oude tijden, daar voel ik waardering voor. In wezen maakt deze tijd schrijvers bescheiden. In 1960 was de schrijver zo ongeveer de belangrijkste kunstenaar, ik denk dat de muzikant nu bijvoorbeeld een veel grotere relevantie heeft.

> Angstloos verwelken dus. Zou je tot slot nog iets kwijt willen over de dille en de verse kwaliteit van je werk?

Nee, laten we de actualiteit van dit interview vooral niet te veel uitrekken. Nu is het nog vers.

 

Wil je meer weten over Hans Declercq? Bekijk hier zijn digitale vlugschriften. En ontdek hier hoe zwart de duivel is.

Benieuwd wie er de volgende keer uit de koelkast stapt? Like en volg de Facebookpagina van Collectief 15.

Write a comment

Reactie